In bijna alle landen van Europa wordt de studentenbeweging geconfronteerd met het invoeren van inschrijvingsgeld of met een verhoging daarvan, op welke manier dan ook.
Deze evolutie gaat in tegen de beloftes die dezelfde Europese landen maakten voor de VN[i], naar aanleiding van de ratificatie van het « Pact van New York ». Voor tal van deze landen beloopt de ratificatie van het pact nog geen 30 jaar[ii]. Onder druk van de voormalige socialistische staten hebben bijna alle Europese landen het pact ondertekend dat in artikel 13 stelt dat “het hoger onderwijs door middel van alle passende maatregelen en in het bijzonder door de geleidelijke invoering van kosteloos onderwijs voor iedereen op basis van bekwaamheid gelijk toegankelijk dient te worden gemaakt.”[iii].
In Vlaanderen heeft de socialistische sp.a-minister van Onderwijs een nieuw systeem ingevoerd, waardoor universiteiten inschrijvingsbedragen tussen 5.000 en 25.000 euro kunnen vragen voor bepaalde master-na-masteropleidingen. Aan Franstalige kant heeft de regering het aanvullende inschrijvingsgeld, dat door bepaalde onderwijsinstellingen al bovenop het wettelijk vastgestelde inschrijvingsgeld gevraagd werd, gelegaliseerd.
De bedoelingen van de Europese regeringen zijn hier volledig tegengesteld aan de behoeften en de bezorgdheden van de studenten. Talrijke peilingen van de laatste jaren die werden uitgevoerd tijdens studentenverkiezingen, zowel in het noorden als in het zuiden van het land, tonen aan dat een van de eerste zorgen van de studenten ten opzichte van hun studies precies is dat de kost te hoog is.[iv] Tel daarbij de woningnood, de kamerproblematiek en de toename van de energiekosten en levensnoodzakelijke goederen en het plaatje is af.
Nochtans is het debat over de studiekost niet nieuw. De voormalige Franstalige minister van het Hoger Onderwijs verklaarde meer dan 10 jaar geleden: « Men moet het inschrijvingsgeld [ opwaarts ] niet aanzienlijk herzien omdat het het enige element zal zijn dat wij in de komende jaren zullen hebben om een zekere marge te geven aan de instellingen. Deze stijging kan geleidelijk, van jaar tot jaar mogelijk zijn»[v]. Uiteindelijk heeft hij deze maatregel destijds niet kunnen waar maken. De druk vanuit de studentenbeweging en de rest van de maatschappij was te sterk.
Vandaag zijn talrijke regeringen bereid het risico te nemen om nieuwe confrontaties met de studentenbeweging aan te gaan om de studiekost te verhogen, maar "het onderwerp van het inschrijvingsgeld ligt bijzonder gevoelig. Hoe groter de wil om het in te voeren of te verhogen, hoe meer de sociale verworvenheden verkregen in de naoorlogse periode, in het gedrang komen. Het onderwerp moet dus met voorzichtigheid behandeld worden (...) om een blokkering te vermijden en te voorkomen dat het uit de hand zou lopen. [ Men moet ] dus veel tijd besteden aan het discussiëren met de studenten, om hun uit te leggen dat de context veranderd is om zo dit voorstel in hun ogen aanvaardbaarder te maken en om ze ervan te overtuigen dat deze maatregel ten slotte in hun eigen belang speelt ". Zo sprak 10 jaar geleden de voormalige rector van de Université Libre de Bruxelles (ULB)[vi]
In hun pogingen om de studenten ervan "te overtuigen" de naoorlogse verwezenlijkingen af te schaffen, hebben de Europese regeringen een gewichtige bondgenoot: de Europese Commissie. Deze levert hun studies en ideeën over de beste methoden om de kosten van de studies te verhogen en om die te rechtvaardigen ten opzichte van de bevolking. Bijna alle Europese regeringen gebruiken dezelfde verkoopsargumenten die in de kantoren in Brussel worden opgesteld.
Welke zijn deze verkoopsargumenten? Hoe kunnen wij hierop antwoorden? Dit zijn de vragen waarop deze brochure een antwoord probeert te geven.
Veel leesplezier
[i] Verenigde Naties
[ii] België ratificeerde het pact van New York in 1983.
[iii] Internationaal pact betreffende de economische, sociale en culturele rechten - Goedgekeurd en geopend voor handtekening, bekrachtiging en toetreding van de algemene Vergadering van de Verenigde Naties in zijn resolutie 2200 A (XXI) op 16 december 1966 – Inwerkingtreding op 3 januari 1976.
[iv] De meest recente peilingen werden uitgevoerd tijdens de studentenverkiezingen van ULB in november 2007 door de lijsten: democratis' action, CAP 8 en 50/50
[v] William Ancion, « Nous devons augmenter le minerval », La Libre Belgique, 26 april 1997.
[vi] Françoise Thys-Clément, Luc Weber, M. Balling, « Cinq pistes pour améliorer le financement des universités », CRE DOC n°2, (documents de référence et rapports de projet de l'Association des Universités européennes), février 1997.