Hillary Clinton was de enige die kón verliezen van Donald Trump

De nieuwe president van de Verenigde Staten is slecht nieuws voor de werkende mensen. Het establishment zal wellicht met een belerend vingertje naar de “domme kiezer” wijzen. De Democratische partijtop verkoos nochtans zelf Hillary Clinton, “Madam Wall Street”, als kandidaat, boven Bernie Sanders, die het wel vlot zou gehaald hebben van de steenrijke zakenman. Het neoliberale programma en ook de oorlogstaal van Donald Trump beloven niet veel goeds. Vandaag is Sanders’ beweging dan ook broodnodig. Enkel uit die hoek kan een oplossing komen voor de problemen van de werkende klasse en de jongeren.

‘Madam Wall Street’ niet opgewassen tegen sociale demagogie Trump

Trumps verkiezing is eerst en vooral de nederlaag van de Clinton-clan. Wall Street-kandidaat Hillary Clinton vertegenwoordigt het establishment. Zij was de foute kandidaat om de agressieve, antisociale en militaristische politiek van Trump – aan de man gebracht met sociale demagogie en een racistisch discours – te counteren. Clinton kon noch de jeugd, noch de arbeidersklasse mobiliseren en enthousiasmeren, zoals een Bernie Sanders dat wel kon.

De sociale demagogie van extreemrechts bekamp je niet met een koppig vasthouden aan liberale establishmentfiguren. De ontredderde werkende klasse heeft nood aan een politiek die naar haar problemen luistert. Een van de thema’s waarmee Trump kon scoren in de industriestaten in het noorden van de VS, was zijn tegenstand tegen vrijhandelsverdragen zoals NAFTA. Die hebben miljoenen jobs hebben gekost, vooral bij kleine ondernemingen maar ook in de grote industrie, en een golf van sociale dumping veroorzaakt. Trump beloofde dat hij NAFTA zou afschaffen en nieuwe vrijhandelsverdragen als TPP en TTIP zou heronderhandelen.

Hillary en Bill Clinton zijn de ontwerpers van dit soort verdragen. Zij stonden in de jaren 90 ook mee aan de wieg van de ‘Derde Weg’, de op neoliberale leest geschoeide hervorming van de sociaaldemocratie. Maar neoliberalisme en vrijhandel hebben de crisis enkel verdiept. Met Clinton zou het more of the same zijn, terwijl de gewone Amerikaan er de buik vol van heeft.

Trump mat zichzelf een anti-establishment imago aan. De afkeer van vrijhandel, jobverlies en economische malaise keerde hij tegen de immigranten om zo zijn eigen miljonairsklasse, die haar rijkdom al die jaren spectaculair zag toenemen, uit de wind te zetten.

Filmmaker Michael Moore schreef vorige zomer over de mogelijke overwinning van Trump: “Toen Trump in de schaduw van een Ford-fabriek stond tijdens de voorverkiezingen in Michigan, dreigde hij een invoertarief van 35% te heffen op auto’s die in Mexico gebouwd, als Ford zijn plannen zou voortzetten om de fabriek te sluiten en te verhuizen naar Mexico. Het klonk als muziek in de oren van de werkende klasse van Michigan. En wanneer hij daarna dreigde dat hij Apple zou verplichten zijn iPhones in de VS in plaats van in China te maken, won hij hun harten. De gordel die loopt van Green Bay tot Pittsburgh is het equivalent van het midden van Engeland. Dit deprimerende landschap van vervallen fabrieken en steden is bevolkt met werknemers en werklozen die het karkas uitmaken van wat we vroeger de middenklasse noemden. Kwade en verbitterde mensen die de dupe waren van de trickle-down-leugens van Reagan en daarna in de steek gelaten door de Democraten die ondanks hun mooie praatjes vooral optrekken met de lobbyisten van Goldman Sachs die bereid zijn hen een mooie check uit te schrijven.”1

Er had een linkse anti-establishment kandidaat, zoals Bernie Sanders, moeten zijn en geen Wall Streetkandidaat

Paradoxaal genoeg toont de verkiezing van Trump aan dat er een potentieel bestaat voor een radicaal-linkse politiek tegen het establishment en tegen Wall Street. Volgens een uitgebreide peiling van Reuters afgenomen op de dag van de verkiezingen wil “een meerderheid van 72 procent van de Amerikaanse kiezers af van de macht die de rijken hebben. De economie werkt permanent in het voordeel van die groep. Liefst 75 procent van het electoraat wil de macht terug pakken van de bezittende klasse”. Maar een groot deel van het Amerikaanse kiespubliek heeft dat gevoel van onmacht vertaald in een “grote fuck you aan het establishment” zoals Michael Moore het beschrijft door op Trump te stemmen. Ze konden het niet meer doen door te stemmen op Sanders en ze konden nooit geloven dat de Clintondynastie het zou doen.

Clinton was niet de eerste keuze van de Amerikanen, en Donald Trump zelfs ook niet. Het wantrouwen tegenover beiden was erg groot. In de voorverkiezingen kregen zij samen de steun van amper 9% van de bevolking. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat 55,7% van de bevolking negatief staat tegenover de persoon Hillary Clinton en 58,5% tegen Trump.

Vandaag is Bernie Sanders ironisch genoeg uitgegroeid tot de populairste politicus van de VS, hoewel hij gisteren niet op het stembriefje stond. Slechts 33% staat negatief tegenover hem. De aanhang die Sanders heeft bij jongeren, is fenomenaal. Ook andere lagen van de bevolking zijn uitgesproken positief over hem: 60% van de vrouwen, 58% van de mannen, 67% van de zwarten en 57% van de blanken. Sanders’ programma verenigt het verdeelde Amerika.

Volgens peilingen zou Bernie Sanders Trump met grote voorsprong hebben kunnen verslaan. Gemiddeld gaven die peilingen Sanders een voorsprong van 10,4% op Trump, veel meer dan de 3,2% die Clinton in de peilingen voor stond op Trump. In verschillende noordelijke industriestaten die Trump van de Democraten heeft kunnen afsnoepen, won Bernie Sanders de voorverkiezingen van Clinton. De werkende klasse van Indiana, Michigan, Minnesota of West-Virginia kiest resoluut tegen het status quo. De Democratische partijtop heeft er echter alles aan gedaan om Sanders’ weg naar de Democratische kandidatuur te versperren. Derde presidentskandidate Jill Stein van de Green Party verwoordde het zo: “De Democratische Partij saboteerde de enige kandidaat die Trump had kunnen verslaan.”

Welk beleid kunnen we verwachten van president Trump?

Op zijn laatste campagnemeeting in Michigan noemde Trump zijn campagne “de beweging van de Amerikaanse werkende klasse”. Dat is kenmerkend voor zijn leugenachtige sociale demagogie. Het economische programma van Trump is antisociaal en anti-ecologisch. Hij wil de verplichte ziekteverzekering (Obamacare) afschaffen, de vennootschapsbelasting verlagen naar 15%, massaal dereguleren en liberaliseren, studentenleningen beperken, natuurgebied openstellen voor riskante olieboringen en mijnbouw … Zelfs het klein beetje sociale en ecologische bescherming dat er in de VS nog bestaat wil hij kapot maken.

De economische oorlog met China die hij wil opdrijven en de oorlogstaal die hij spreekt over het Midden-Oosten doen ook het ergste vermoeden over de buitenlandse politiek die hij wil voeren. Zijn nationalistische en racistische programma dat in de eerste plaats de immigranten viseert, is extreem verontrustend en dient om de gewone bevolking te verdelen. Hij verdedigt folterpraktijken en buitenwettelijke arrestaties, en liegt er openlijk op los. Dat zijn gevaarlijke stappen voor de democratische rechten.

Toch moeten we ook niet vergeten dat wat voor Clinton waar is, ook voor Trump geldt: er is een verschil tussen verkiezingsprogramma’s en het effectieve beleid van presidenten. In zijn overwinningsspeech klonk Trump al anders dan tijdens zijn campagne. Hij riep op tot eenheid, drukte zijn bewondering voor Hillary Clinton uit en zwaaide zijn volgers veelzeggend uit met ‘You Can’t Always Get What You Want’ van The Rolling Stones op de achtergrond. Het valt bijvoorbeeld af te wachten in hoeverre Trump zijn politiek van een meer protectionistische economische koers zal kunnen waarmaken. Hij gaat werken met een Republikeinse meerderheid van Congres die hoofdzakelijk uit klassieke Wall Street-getrouwen bestaat. Wat echter vaststaat, is dat de werkende bevolking van de VS en de rest van de wereld niet de winnaars zullen zijn van zijn beleid.

Verzet zal van onderuit moeten komen

Er kondigen zich moeilijke tijden aan voor de bevolking van de Verenigde Staten en de rest van de wereld. Er zal tijd over moeten gaan opdat de illusies van de Trump-kiezers uit de werkende klasse verdwijnen en opdat de sociale beweging en de jongeren het verzet kunnen ontwikkelen. Zij weten dat ze niet moeten rekenen op de leiding van de Democratische en Republikeinse partijen die trouwe vazallen zijn van Wall Street.

De vakbonden, de progressieve jeugd en de sociale beweging in de Verenigde Staten verdienen vanaf nu al onze steun in hun strijd. De recente grassrootsbewegingen – zoals de strijd voor een hoger minimumloon, het studentenprotest voor betaalbaar hoger onderwijs, de klimaatbeweging en de ‘Our Revolution’-beweging van Bernie Sanders zelf – bieden alvast perspectieven om desondanks een sociaal en rechtvaardig alternatief te verspreiden en de gedesillusioneerde burgers terug naar links te trekken.

PVDA-woordvoerder Raoul Hedebouw vat het zo samen: “De overwinning van Trump is vooral de nederlaag van Hillary Clinton. Zij vertegenwoordigt de winnende elite van het mondiale kapitalisme. We betuigen al onze steun aan het verzet van het Amerikaanse volk, aan Bernie Sanders en andere socialistische linkse krachten die de komende maanden en jaren massaal mensen op de been zullen moeten brengen om de strijd aan te gaan met Trump. Want dat is cruciaal: over de hele wereld hebben de mensen steeds meer genoeg van de financiële en politieke elite. Het is onze verantwoordelijkheid om de mensen te organiseren en te bouwen aan een nieuwe wereld.”