Een stem tegen CETA is een stem voor mens en milieu

De Brusselse en de Waalse gewestregeringen zeggen ‘nee’ tegen CETA, het omstreden handelsverdrag tussen Canada en de Europese Unie. Het akkoord is op maat gesneden van multinationals. Mens en milieu zijn beter af zonder.

CETA, ofte Comprehensive Economic and Trade Agreement, is net als TTIP (het vrijhandelsverdrag tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten) een nieuw soort vrijhandelsakkoord. Ze richten zich in de eerste plaats op de zogenaamde ‘niet-tarifaire’ handelsbelemmeringen. In mensentaal: de verschillen in regelgeving tussen landen. Regels rond gezondheid of bescherming van werknemers en milieu verschillen vaak tussen de landen, en dat bemoeilijkt handel.

Een voorbeeld. Canada is ’s werelds derde grootste producent van genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s). In Europa zijn ggo’s niet zomaar overal toegelaten, omdat het niet duidelijk is of ze wel veilig, gezond en ethisch zijn. Voor Canadese bedrijven die ggo’s produceren, is dat natuurlijk een handelsbelemmering. Zij hebben door die regels nu geen toegang tot de Europese markt. CETA wil daar verandering in brengen. En zo krijgen wij, als het van de onderhandelaars afhangt, binnenkort allemaal genetisch gemodificeerd voedsel op ons bord.

Landen voor de rechtbank

Een ander problematisch onderdeel van CETA is het ‘Investment Court System’ (ICS). Dat zorgt ervoor dat bedrijven straks landen voor een speciale rechtbank kunnen dagen als nationale wetgeving hun bedrijfsbelangen schaadt. Dat landen met hun wetgeving de veiligheid en de gezondheid van hun inwoners of het milieu wilden beschermen, is dan van geen tel.

Op basis van soortgelijke handelsverdragen werd de Egyptische overheid aangeklaagd door multinational Veolia omdat ze een minimumloon invoerde. Het Zweedse bedrijf Vattenfall sleepte Duitsland voor de rechter omdat onze oosterburen beslisten te stoppen met kernenergie. En het Amerikaanse bedrijf Ethyl Corporation klaagde de Canadese overheid aan nadat die een giftige stof wilde verbieden. In totaal waren er wereldwijd al bijna zevenhonderd rechtszaken waarbij een bedrijf een overheid aanklaagde. Overheden betaalden zo al miljarden uit aan bedrijven en trokken wetgeving in die was opgesteld om burgers te beschermen.

Jobs jobs jobs, of toch niet?

Dit soort regelingen zijn volgens de onderhandelaars nodig omdat verdragen als CETA en TTIP duizenden jobs zouden opleveren en de economie zouden doen groeien. Zóuden, want die prognoses worden vanuit verschillende hoeken in twijfel getrokken. Wat zeker is, is dat een vrijhandelsakkoord meer concurrentie oplevert tussen grote bedrijven. Zulke bedrijven willen in de eerste plaats meer winst maken, en de kosten zo laag mogelijk houden.

Eerdere vrijhandelsverdragen, zoals NAFTA (tussen Canada, de Verenigde Staten en Mexico), leren ons dat dat resulteert in minder jobs, slechtere arbeidsomstandigheden en lagere lonen voor de jobs die overblijven. Na het afsluiten van NAFTA in 1994 werden de werknemers van de toenmalige Caterpillarfabriek in het Canadese Ontario door hun werkgever voor het blok gezet: als ze geen loonsverlaging van 50% aanvaardden, zou de fabriek naar de VS verhuizen. Dat kon immers gemakkelijk dankzij het nieuwe vrijhandelsakkoord. De werknemers weigerden, en de baas doekte de fabriek op. In de VS wilden Amerikaanse werknemers hetzelfde werk doen voor de helft van het loon. Maar zelfs dat was niet genoeg. Vier jaar later pakte de Caterpillarfabriek ook daar haar biezen. Op naar Mexico, waar de lonen nog lager liggen.

Minder groei, minder jobs

Maar er is nog meer problematisch. De studies waar de Europese Commissie zich op baseert in haar uitspraken over groei, zijn door de Commissie zelf gefinancierd en wijzen op een economische groei van 0,003 tot 0,08% voor Europa. Op zich zijn dat al geen cijfers om over naar huis te schrijven. Maar ook de manier waarop ze zijn uitgevoerd doet menig wenkbrauw fronsen. De studies gaan uit van de veronderstelling dat er volledige tewerkstelling is (dus geen werkloosheid) en dat de inkomensverdeling niet zal veranderen. Niet bepaald realistisch in een Europa waar het krioelt van de werklozen en waar de inkomensongelijkheid dagelijks stijgt. De Amerikaanse Tufts University herhaalde de studie, maar paste de veronderstellingen aan en botste op heel wat minder rooskleurige resultaten: een dalende economische groei en een verlies van 200.000 jobs.

Weg democratie?

De enigen die belang hebben bij CETA, zijn de aandeelhouders van grote bedrijven. Een parlement dat kiest voor dit akkoord, beslist dan ook enkel die groep te vertegenwoordigen. Het Waals parlement dat dit akkoord afwijst, wordt dan weer langs alle kanten beschimpt en gechanteerd door onderhandelaars en bedrijfsleven. Erg veel respect voor de democratie spreekt daar niet uit.

Door Wallonië af te doen als eenzaat tussen allemaal CETA-liefhebbers, of de Waalse beslissing af te doen als ‘het pesten van de federale regering’, proberen politici te verdoezelen wat er eigenlijk in het akkoord staat. Schade voor mens en milieu, slechte economische prognoses, dat verkoopt niet. En de schrik is groot bij de onderhandelaars. Want er beweegt wat.

Miljoenen mensen in Europa, Canada en de VS verzetten zich tegen CETA en TTIP. In september 2016 groeide het aantal manifestanten tegen CETA en TTIP in Duitsland tot 320.000. Ook in België kwam meer dan 10.000 mannen en vrouw de straat op in september. Slechts 17% van de Duitsers vindt TTIP een goede zaak, twee jaar geleden was dat nog 55%. De meerderheid van de Fransen vindt dat de TTIP-onderhandelingen moeten worden stopgezet. De beweging tegen deze nieuwe vrijhandelsakkoorden is extreem divers: mutualiteiten, Noord-Zuidbewegingen, vakbonden, consumentenorganisaties, KMO’s, boeren, vrouwenbewegingen, klimaatactivisten, rechters … Naast de Waalse en Brusselse gewestregeringen en de Franse Gemeenschapsregering, gaf ook de Ierse senaat haar regering het advies tegen CETA te stemmen. En in Oostenrijk, Slovenië, Polen en Duitsland is nog geen definitief groen licht gegeven. Zelfs het Comité van Sociale Zaken van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa (PACE) vraagt nu om de ondertekening van CETA uit te stellen. Dit is het begin van het einde voor CETA en TTIP, en een eerste overwinning voor mens en milieu.