De regering van Trump (en wat dat zegt over zijn plannen)

Het is nog moeilijk te voorspellen welk beleid Donald Trump vanaf januari precies zal voeren, maar als we kijken naar wie hij in zijn regering opneemt, worden de grote lijnen zichtbaar. Trump lijkt sommige verkiezingsbeloftes duidelijk niet te gaan waarmaken, andere helaas wel. 

Geen ‘Power to the People’, wel regering van de 1%

“Willen jullie dat Amerika geregeerd wordt door de corrupte politieke klasse, of willen jullie dat Amerika geregeerd wordt door jullie, het volk?” In zijn toespraken stelde Trump zich voor als dé anti-establishmentkandidaat bij uitstek. Hij zou het moeras van corruptie en inmenging van het grote geld in Washington droogleggen. Maar dat bleek allemaal niet meer dan platte demagogie. Meteen na zijn verkiezing kwam Trump met een lijstje van kandidaten voor posten in zijn regering en ze komen bijna allemaal uit het politieke of economische establishment. Voor de job van minister van Financiën gaat het zelfs tussen twee topbankiers: Steven Mnuchin van Goldman Sachs en ’s werelds best betaalde CEO Jamie Dimon van JPMorganChase, de grootste bank ter wereld. Met Trump verliezen de banken hun greep over de Amerikaanse politiek dus niet, ze mogen zelfs in de regering gaan zitten. 

Beloftes die Trump wél van plan is te behouden, zijn een forse verlaging van de bedrijfsbelasting, en deregulering – lees: het afschaffen van sociale en ecologische bescherming die de winst van de bedrijven in de weg kan staan. Wall Street en zijn neoliberale predikanten waren – ondanks hun initiële steun voor Hillary Clinton – dan ook al snel gerustgesteld door Trump. De vroegere economisch adviseur van de Republikeinse president Ronald Reagan, Arthur Laffer, sprak zijn bewondering uit voor het neoliberale programma van Trump. Na een eerste klein dipje op de beurs brak de aandelenhandel van grootbanken als Goldman Sachs, Morgan Stanley en JPMorganChase al gauw records. Miljardair Bill Ackman, manager van een groot hefboomfonds, reageerde meteen optimistisch op de overwinning van Trump. Lloyd Blankfein, CEO van Goldman Sachs, omschreef een dag later Trumps economische beleidsvoorstellen als “vriendelijk voor vermogens en markten”.

Klimaat en milieu op de slachtbank van de big business

Een minder bekende slogan van de Trumpcampagne was “Trump Digs Coal”. Donald Trump houdt van steenkool, en hij is van plan om het op te delven ook. “Laat de 50 biljoen dollar (50.000 miljard, n.v.d.r.) aan onaangeraakte Amerikaanse reserves in schaliegas, aardolie en aardgas vrij, plus honderden jaren aan schone steenkool.” Als we tegen 2050 echter geen totale omschakeling maken naar propere, hernieuwbare energie, zal de aarde met 4 tot 6 graden Celsius opwarmen. Dat zou een onomkeerbare wereldwijde catastrofe veroorzaken. 

Trump stelde Myron Ebell al aan als verantwoordelijke voor Bescherming van het Leefmilieu. Ebell is woordvoerder van het Competitive Enterprise Institute (CEI), dat betaald wordt door oliegiganten (onder andere ExxonMobil) en de steenkoollobby om te beweren dat klimaatopwarming niet bestaat. Ook voor het Departement Energie stelde Trump een marionet van de fossiele industrie aan: Mike McKenna, voormalig lobbyist voor onder meer de miljardairsbroers Koch en chemiereus Dow Chemical. Dat Trump de milieuwetgeving van de grootste economie ter wereld aan zulke personen toevertrouwt, is een ramp voor de hele planeet. 

Migratie, abortus en holebirechten

Als de campagne van Trump bij ons het nieuws haalde, was dat meestal met zijn reactionaire uitspraken over migranten, vrouwen of holebi’s. De strijd tegen de discriminatie van deze en andere bevolkingsgroepen dreigt nu vele stappen terug te zetten. Voor de job van Attorney General, het hoofd van Justitie, duidde Trump de oerconservatieve Republikeinse senator Jeff Sessions aan. Sessions werd in 1986 al eens door Ronald Reagan aangesteld als federale rechter, maar die beslissing werd uitzonderlijk door het Congres teruggeroepen wegens diens racistische uitspraken. Sessions staat ook bekend voor zijn extreme standpunten over migratie. Vorig jaar nog schreef hij een vijfentwintig pagina’s tellend pamflet waarin hij beweerde dat migratie de hoofdoorzaak is voor alle problemen en dat de grenzen hermetisch moeten worden afgesloten.

De benoeming van Steve Bannon tot speciaal strategisch adviseur (zeg maar de rechterhand van Trump) deed het meeste stof opwaaien. Bannon, een voormalige bankier van Goldman Sachs, is een boegbeeld van de “alt-right” stroming (die aanleunt bij extreemrechts) en CEO van het nationalistische persagentschap Breitbart News dat volgens The New York Times “vaak misogyn, xenofoob en racistisch wordt genoemd”. 

Iedereen op de shortlist voor de nieuwe regering is ook uitgesproken tegenstander van het recht op abortus. Trumps vicepresident Mike Pence deed ooit een controversieel voorstel om alle geaborteerde foetussen verplicht te begraven op kosten van de moeder. Trump kondigde al aan dat hij uiterst conservatieve rechters zal aanduiden voor het Hooggerechtshof en dat hij de thans federale bevoegdheid om abortus of het homohuwelijk te legaliseren, wil terugbrengen naar het niveau van de staten. Zo kunnen de Republikeinen dit meteen weer afschaffen in de staten waar zij de macht hebben.

Buitenlands beleid

Trumps isolationisme op het vlak van buitenlands beleid is niet te verwarren met een non-interventiebeleid. Al sinds 1987 deelt Trump geregeld zijn negentiende-eeuwse visie: een machtig land mag voor hem overal ter wereld tussenkomen wanneer het dat wil, en moet zich voor de rest niets aantrekken van allianties met anderen of conflicten tussen derde landen. Trump verklaarde bijvoorbeeld al dat hij vindt dat de VS “gewoon de olie van Irak moet afpakken”, terwijl hij van Zuid-Korea een financiële bijdrage wil vragen om de Amerikaanse militaire steun voort te zetten.

Trumps aanstellingen lijken die isolationistische maar agressieve koers te bevestigen. Mike Pence noemde Dick Cheney zijn grote voorbeeld. Cheney is een Wall Street miljonair en ex-vicepresident onder George W. Bush, berucht voor zijn agressieve oorlogspolitiek. De keuze voor Mike Flynn, oudgediende van de Irakoorlog, als minister van Defensie is ook een duidelijk signaal. De uiterst nationalistische generaal bekleedde een belangrijke post in de veiligheidsdiensten en is een fan van Vladimir Poetin. Als hoofd van de CIA wil Trump dan weer Mike Pompeo aanstellen, lid van de oerconservatieve Tea Party die groot voorstander is van het massaal verzamelen van gegevens door de veiligheidsdiensten.